Bedraden van de groepenkast

Het bedraden van een groepenkast is aan regels gebonden. Deze regels kun je lezen in de NEN1010. De bedrading in de groepkast is altijd dikker dan de overige gebruikte bedrading in de installatie.

De kast wordt als volgt bedraad: een bruine (zwarte) en blauwe draad van minimaal 6 qmm voor de voeding van de hoofdschakelaar die door het energiebedrijf op de KWh-meter wordt aangesloten. Van de hoofdschakelaar naar de aardlekschakelaars, bruin (zwart) en blauwe draad minimaal 6qmm. Van de aardlekschakelaars bruin (zwart) en blauwe draad minimaal 6qmm naar een installatieautomaat. Via een verbindingsstrip worden de overige automaten aangesloten. Wanneer aardlekautomaten (alamats) worden toegepast zijn er geen aardlekschakelaars nodig.