Aarding in de meterkast

De fase en de nul lijken de meest belangrijke geleiders in een elektrische installatie, maar een erkend installateur weet welke geleider voor de veiligheid in een installatie zorgt, de aardingsgeleider.

Aarding

De aarding in de meterkast bestaat uit:

  • aardelektrode
  • hoofdaardleiding
  • hoofdaardrail (HAR)
  • beschermingsleiding
  • vereffeningsleiding

Aardelektrode:

De aardelektrode is een in de grond gedreven metalen buis of koperen pen en wordt meestal buiten de woning geslagen. Steeds vaker wordt de aarding door het energiebedrijf aangeleverd, zodat er geen aparte aardelektrode hoeft te worden geslagen. Dit wordt door een sticker op het meterbord vermeld.

Hoofdaardleiding:

De hoofdaardleiding is een massief (vertind) koperdraad van minimaal 16 qmm die de verbinding legt tussen de aardelektrode en de hoofdaardrail (HAR). De hoofdaardleiding wordt als volgt op de aardelektrode aangesloten:

  • schuif de elektrodeklem om de aardelektrode;
  • steek de hoofdaardleiding tussen de aardelektrode en de schuine kant van de aardklem;
  • de hoofdaardleiding moet ongeveer 10 mm door de klem heensteken;
  • draai de bout van de elektrodeklem goed vast met een passende ring/steek sleutel;
  • breng de hoofdaardleiding naar de meterkast.

Hoofdaardlrail (HAR):

De HAR is een vertind koperen blokje dat ongeveer 80 cm vanaf de vloer tegen de achterwand van de meterkast wordt geplaatst (ongeveer ter hoogte van de kabelinvoer van het energiebedrijf). Hierop worden alle voorkomende aardingen aangesloten. De HAR heeft draadinvoeringen met verschillende diameters. Sluit de hoofdaardleiding (vertind koperdraad van 16 qmm, bevestigd op de aardelektrode) aan op de juiste draadinvoer en draai beide schroeven goed vast.

Beschermleiding:

De hoofdbeschermleiding is een vertinde koperdaad van minimaal 4 qmm die de verbinding vormt tussen de HAR en de aardrail in de verdeelkast. Door de afstand wordt deze leiding door een pvc-buis gevoerd.

Vereffeningsleiding:

Een vereffeningsleiding is een vertinde koperdraad van 6 qmm, die verbinding maakt tussen de HAR en vreemde geleidende delen die de meterruimte binnen komen (bijvoorbeeld de gas- en waterleiding). De vertinde koperdraad wordt aan de verbruikerszijde direct na de meter of hoofdkraan bevestigd. Elk vreemd geleidend deel krijgt een afzonderlijke vereffeningsleiding. Als de lengte van de hoofdleiding, gerekend vanaf het punt van binnenkomst in het gebouw tot de meter of hoofdkraan meer dan 5 m is, moeten beide kanten van de meter of hoofdkraan worden geaard (NEN 1010 art. 8.413.1.2.1).

Voor het aansluiten van vereffeningsleidingen kunnen verschillende klemmen worden gebruikt:

  • Buisaardklem: deze bestaat uit twee halve pijpbeugels en is verkrijgbaar in twee uitvoeringen met verschillende diameters.
  • Aardbandklem: deze heeft meerdere openingen en kan daardoor worden gebruikt voor verschillende buisdiameters en is verkrijgbaar in twee verschillende lengten.